Image module

Westfries Museum verwerft nieuw meesterwerk

Gezicht op Hoorn door Caspar van Wittel

In ons land is hij relatief onbekend, maar in de internationale kunstwereld is Caspar van Wittel (1653-1736) een grote naam. Eind 17e eeuw maakte hij in Italië onder de naam Gaspare Vanvitelli furore als de meester van een nieuw genre, ‘de veduta’, zeer gedetailleerde olieverfschilderijen met panoramische stadsgezichten, meestal op groot formaat. Het Westfries Museum heeft recent een gouache op paneel kunnen verwerven van deze schilder, die korte tijd ook in Hoorn woonde en werkte. Het gaat om een persoonlijk en intiem werk, een ‘Gezicht op Hoorn’ dat hij in 1712 in Rome schilderde.

Klein werk van een grote meester

“De gouache is qua afmetingen niet groot, maar de cultuurhistorische waarde is des te groter,” aldus directeur Ad Geerdink. “Met deze aanwinst is de museumcollectie verrijkt met een zeldzaam vroeg, 18e-eeuws gezicht op de stad, dat ook nog eens gemaakt is door een van de invloedrijkste ‘vedustisti’ van die tijd. In het stadsgezicht komen zijn gevoel voor kleur en detail heel goed tot uitdrukking. Ook in dit ‘Gezicht op Hoorn’ is het de levendigheid en de zuidelijke zonovergoten sfeer, die het werk zo aantrekkelijk maakt en waarmee hij in zijn tijd uitgroeide tot de meester van de veduta.”

Vanaf 25 juni 2022 is dit bijzondere werk te bewonderen in het Westfries Museum. De aanwinst werd mogelijk gemaakt door Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Dorodarte Kunstfonds, haar VriendenLoterij Aankoopfonds en een schenking van The School of Life Amsterdam), de stichting Vrienden van het Westfries Museum, de Kerkmeijer-de Regt Stichting en het Le Cocq d’Armandville-Planckenfonds.

 

Gezicht op Hoorn, Caspar van Wittel (1653-1736), gouache op paneel, 1712

 

In één adem met andere groten

Het Noord-Nederlandse stadsgezicht ontstond als zelfstandig genre in de schilderkunst rond 1660, nadat Johannes Vermeer zijn welhaast archetypische ‘Gezicht op Delft’ had geschilderd, dat vrijwel meteen werd ontvangen als een meesterwerk. Caspar van Wittel moet dit werk van Vermeer, net als de stadsgezichten van schilders als Pieter Saenredam, Gerrit Berckheyde en Jan van der Heijden hebben gekend en hij wordt wel in één adem met deze schilders genoemd. Ook door zijn leermeester Mathias Withoos was het schilderen van stadsgezichten hem niet vreemd.

Van Wittel wordt gezien als de wegbereider van de Italiaanse vedutisti, waaronder schilders als Canaletto en Carlevarijs. Al in zijn eigen tijd, de late 17e en vroege 18e eeuw, was zijn werk in Italië zeer geliefd. Ook nu brengen zijn werken miljoenen op. Opvallend is dat zijn naam en oeuvre bij het Nederlandse publiek een stuk minder bekend zijn. Zijn werk is in vrijwel geen enkel museum te zien. Zeer recent heeft Museum Flehite in Amersfoort als eerste museum in Nederland twee belangrijke olieverfschilderijen van de aldaar geboren schilder verworven. Dit museum bezit ook een andere gouache, ‘Gezicht op Amersfoort’, die kan worden beschouwd als een pendant van het Hoornse werk.

 

Gaspare Vanvitelli door Luigi Vanvitelli

 

Doorbraak in Rome

Caspar van Wittel werd geboren in Amersfoort, in 1652/53 en ging al jong in de leer bij de schilder Mathias Withoos. In het rampjaar 1672 verhuist hij samen met zijn leermeester naar Hoorn, op de vlucht voor de invallende Franse troepen. Hij woont en werkt slechts korte tijd in de havenstad. Al in 1674 vertrekt hij, net als vele andere jonge schilders naar Rome, waar hij zich aansluit bij de ‘Bentvueghels’, een broederschap van kunstenaars uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Daar werkt hij onder andere samen met de ingenieur Cornelis Meijer. Diens plannen voor grote waterwerken, zoals het bevaarbaar maken van de Tiber tussen Perugia en Rome, voorziet hij van tekeningen en etsen. Ook werkt hij lange tijd voor de kunsthandelaar Pellegrino Peri. Voor hem kopieert hij het werk van Italiaanse meesters en maakt zich zo hun techniek eigen. Vanaf 1680 raken steeds meer invloedrijke families, zoals Colonna en Sacchetti, maar ook de Engelse ‘Grand Tour’ reizigers, geïnteresseerd in zijn werk. Dat betekent zijn definitieve doorbraak.

 

Caspar van Wittel, Gezicht op Rome, met Piazza del Popolo

 

Grondlegger van het stadsgezicht

In 1686 wordt Gaspare Vanvitelli lid van het zeer exclusieve Congregazione dei Virtuosi al Pantheon. Omdat hij brildragend is staat hij ook wel bekend als Gasparo degli Occhiali (‘Caspar met de bril’). In Italië introduceert hij het in Nederland al verder ontwikkelde genre van het stadsgezicht en maakt hij snel furore als de meester van deze ‘vedute’. Zijn gedetailleerde panoramische stadsgezichten, in een helder en vibrerend licht weergegeven, bevolkt met allerhande figuurtjes uit het leven van alledag, vinden gretig aftrek bij adellijke verzamelaars in Italië en gefortuneerde jongelieden elders uit Europa, die zijn werken kopen als aandenken aan hun ‘grand tour’. Ook werkt hij voor de familie De Medici.

Vanvitelli is een belangrijke vernieuwer en inspireert met zijn werk de beroemde Venetiaanse schilder Giovanni Antonio Canal, beter bekend als Canaletto, wiens Venetiaanse vedute de wanden van vele musea in de wereld sieren. In 1697 trouwde hij met Anna Lorenzani (1669-1736), de dochter van Giovanni Andrea Lorenzani, een Romeins letterkundige en verzamelaar van kunst, manuscripten en boeken. Zij vestigden zich in Rome. In 1711 lukt het Caspar van Wittel om als een van de weinige buitenlanders lid te worden van het zeer prestigieuze schildersgilde Accademia di San Luca in Rome.

 

Schets voor Gezicht op Hoorn

 

Slechts een enkel werk in Nederland

In 1684 -1685 is Van Wittel voor even terug in Nederland. Tijdens dat bezoek, onder andere aan Amersfoort en Hoorn, maakt hij vermoedelijk schetsen, die hij meer dan vijfentwintig jaar later in Rome uitwerkt in de twee gouaches, geheel in de stijl van ‘vedute ideate’ (gefantaseerde stadsgezichten). Zijn stadsgezicht van Hoorn is topografisch inderdaad niet helemaal realistisch. Zo schilderde hij wèl de oude Oosterpoort, maar niet de nieuwe Oosterpoort, terwijl die al in 1578 was gebouwd. Sommige gebouwen zijn groter afgebeeld dan in werkelijkheid. Ook zijn er elementen omgewisseld of toegevoegd. Het zal de artistieke vrijheid van de schilder zijn geweest. Van Wittel geeft Hoorn een vleugje ‘dolce vita’.

Op 13 september 1736 sterft Van Wittel in Rome, 83 jaar oud, korte tijd later gevolgd door zijn vrouw Anna. Samen liggen zij begraven in de Santa Maria in Vallicella, ook wel de Chiesa Nuova, in het centrum van Rome. Zijn zonen Luigi, in Italië een gerespecteerde architect, en Urbano, lieten op zijn grafsteen de volgende tekst aanbrengen:

Casparo Vanvitellio Ultraiectensi

Viro integerrimo, ac Pictori esimio

Ludovicus et Urbanus filii moestissimi

Patri optimo, sibi, suisque fecerunt

Vixit LXXXIII. obit D.XIII Septembris

Anno Domini MDCCXXXVI

Gasparo Vanvitellio uit Utrecht

Vertaald:

Man van de hoogste integriteit en excellente schilder

Ludovicus en Urbanus de zeer bedroefde kinderen

Hebben voor hun geweldige vader, voor zichzelf

en hun families, dit opgericht

83 jaar oud, gestorven 13 september 1736