Image module

Boudewijn van Langen van TPAHG architecten

over de bouwkundige keuzes in het projectplan voor de verbouwing van ons museum

Boudewijn van Langen van het Hoornse architectenbureau TPAHG is de drijvende bouwkundige kracht achter het Projectplan Vernieuwing Westfries Museum. Samen met zijn collega Arné Peeters en de specialisten van de projectgroep bedacht en berekende hij creatieve doelmatige oplossingen.

Voor welke vier uitdagingen stond het projectteam?
Boudewijn van Langen: “Funderingsherstel, verduurzaming, verbeteren van de toegankelijkheid en het maken van een verbinding met het naastgelegen pand Roode Steen 15.”

Hoe belangrijk zijn deze ingrepen?
“Het zijn noodzakelijke ingrepen. Als sinds 2012 weten we dat er sprake is van scheurvorming in het huidige gebouw van het Westfries Museum. De oorspronkelijke zeven panden blijken onregelmatig van elkaar te verzakken, wat spanningen en scheurvorming oplevert. De monumentale 17e-eeuwse spiltrap hebben we al meermalen met noodgrepen moeten herstellen. Vanwege de dringende noodzaak om dit funderingsherstel uit te voeren, heeft TPAHG een subsidieaanvraag ingediend en heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2020 de subsidie verleend aan de gemeente Hoorn. Maar ook de verouderde klimaatinstallaties vormen een bedreiging voor de collectie en het museumgebouw. Tel daarbij op dat het museum niet toegankelijk is voor mindervaliden, bovendien is het museum door zijn bouwkundige kruip-door-sluip-doorkarakter niet geschikt om de toenemende bezoekersaantallen aan te kunnen. De afgelopen jaren zijn de eerder ontwikkelde plannen met oplossingen hiervoor uitgesteld in afwachting van de samenvoeging met Roode Steen 15, wat de noodzaak alleen maar heeft vergroot.”

Hoe pak je zo’n grootschalige uitdaging aan?
“Het is een bouwkundige puzzel omdat alles met elkaar samenhangt; dat vraagt om een gezamenlijke aanpak als projectteam. Naast de bouwkundige noodzakelijk ingrepen voor het gebouw, heb je namelijk te maken met een museum met museale functies en bijbehorende wensen en behoeftes. Dat is een complexe ontwerpopgave, maar het levert ook koppelkansen op. Het gebouw heeft bijvoorbeeld nu geen lift en bij het plaatsen daarvan zoek je als architect meteen naar de meest centrale locatie om een logische routing voor het museumbezoek te creëren. En de ruimtes op zolder die toch geïsoleerd moeten worden, kun je benutten om de benodigde nieuwe klimaatinstallaties te plaatsen. Ook zijn we op zoek gegaan naar mogelijkheden voor onderkeldering vanwege de werkzaamheden aan de fundering die je toch moet uitvoeren.”

Waarom is gekozen voor een expositieruimte in een kelderruimte?
“Dat grootste opgave was de zoektocht naar een nieuwe tentoonstellingsruimte voor wisselexposities. Dat heeft weer te maken met het feit dat de huidige entree van het museum te krap is en niet toegankelijk voor mindervaliden, tevens moet er een verbinding met Roode Steen 15 gecreëerd worden. De museumentree dient daarom verplaatst te worden naar de zijkant van het pand Roode Steen 16. Op deze locatie kan namelijk wel een nieuwe entree gecreëerd worden die voldoende ruim en toegankelijk is. Maar daar bevindt zich momenteel de ruimte voor tijdelijke exposities. Een goed expositieruimte is uiteraard essentieel voor het museum: om voldoende bezoekers te trekken, heeft een museum wisselexposities nodig. Maar aan een expositieruimte hangen functionele eisen zoals klimaatomstandigheden, een logische plaats in de museumroute en de benodigde hoogte voor de kunst. In een nieuw te bouwen kelderruimte tussen de funderingen die je toch moet blootleggen voor het herstel, kunnen al deze elementen perfect onder controle worden gebracht.”

Welke belangrijke bouwkundige elementen bevat het ontwerp?
“Naast de alternatieve locatie voor de wisselexpositieruimte zijn in het nieuwe ontwerp de volgende onderdelen opgenomen: de toevoeging van Roode Steen 15 aan het museum, het funderingsherstel en bijbehorende restauratie, de verduurzaming met de vervanging van de verouderde installaties, het plaatsen van een lift en andere ingrepen om de toegankelijkheid te bevorderen; plus dus een ruime toegankelijke entree in Roode Steen 16. Ook is een aparte garderobe en een verbeterde horecaruimte ingetekend. Daarnaast zorgt de keuze van de gemeenteraad voor variant 4 van het projectplan voor onderkeldering onder zowel Roode Steen 15 als 16. Daarmee kun je een wisselexpositieruimte combineren met een ruimere horeca en museumwinkel, presentatieruimte, toiletten en een mindervalidentoilet. Hiermee ondervang je alle benodigde museale functionaliteiten zoals omschreven in het PVE: het Plan van Eisen, en is het museum klaar voor de toekomst.”