Image module

Origineel Hoorns vuursteenmusket terug in geboorteplaats

te zien in onze indrukwekkende Schutterijzaal

In onze Schutterijzaal is momenteel een origineel vuursteenmusket te bewonderen. Dit bijzondere wapen, dat moet zijn gemaakt in de periode tussen 1781 en 1795, verbleef een tijd lang in het depot van de Museumfabriek in Enschede. Bij recent nader onderzoek bleek uit een kleine gravure op het geweer echter dat het heeft toebehoord aan de Gecommitteerde Raden van Hoorn. Met de komst naar de indrukwekkende Schutterijzaal van het museum is het musket nu precies op de plek waar ooit de opdracht voor de productie van het wapen werd getekend.

Geen jachtgeweer
De ‘snaphaan’, zoals dit wapen in de gebruiksperiode werd genoemd, is eigendom van de Oudheidkamer Twente. Deze organisatie houdt zich bezig met het bewaren van Twents erfgoed en bezit onder meer onroerend goed, maar ook juwelen, munten, schilderijen andere objecten. Een van die objecten is dit vuursteenmusket, dat tot voor kort in het depot van de Museumfabriek in Enschede verbleef en werd aangezien voor een jachtgeweer. Totdat Mathieu Willemsen het wapen in het vizier kreeg. Willemsen is conservator van het Nationaal Militair Museum in Soesterberg, houdt zich bezig met de geschiedenis van vuurwapens in het Nederlandse leger en doet momenteel onderzoek naar 18e-eeuwse vuurwapens. “Op de foto op de website van de Museumfabriek zag ik aan de vorm en de uitvoering dat het geen jachtgeweer was, maar een militair geweer”, vertelt hij. “Toen we het wapen goed bekeken, zagen we op de slotplaat, het mechanisme van het geweer, twee kleine gravures die ons heel veel informatie over deze ‘snaphaan’ geven.”

Hoornse oorsprong
Zo blijkt dat het musket heeft toebehoord aan de Gecommitteerde Raden van Hoorn: in de 17e eeuw het bestuur voor de provincie Holland, ten noorden van Haarlem. Het leger bestond destijds uit diverse regimenten die werden betaald door de verschillende provincies. De Gecommitteerde Raden van Hoorn hadden twee eigen regimenten die zij zelf van wapens voorzagen. “Er zijn wel geweren gevonden met de naam van andere instanties erop”, weet Willemsen. “Maar voor zover we weten is deze ‘snaphaan’ het enige wapen waarvan bekend is dat het van de Gecommitteerde Raden was. Dat maakt het tot een heel bijzonder exemplaar.”

Nauwkeurige datering
Op de slotplaat is bovendien de naam ‘Thone’ te lezen. Deze geweermaker uit Luik werkte tussen 1781 en 1801 in Amsterdam. Aangezien de Gecommitteerde Raden ophielden te bestaan toen de Fransen in 1795 binnenvielen en vanaf dat moment ook geen eigen wapens meer hadden, valt zeker te zeggen dat het wapen tussen 1781 en 1795 moet zijn gemaakt. Dat het vuursteenmusket in de tijd van gebruik overigens een ‘snaphaan’ werd genoemd, heeft alles te maken met het afvuurmechanisme. In een klein metalen kuiltje (de ‘pan’) wordt wat kruit gestopt. Dat ‘pannetje’ wordt afgedekt met een metalen pandeksel. De ‘haan’ (het bewegende deel van dit mechanisme) bevat een vuursteen die bij het overhalen van de trekker tegen het pandeksel aanslaat. Dat veroorzaakt vonkjes en zo gaat het geweer af. (foto: Mathieu Willemsen met het musket in de Museumfabriek, Enschede)

Opslag in de kerk
Om hun regimenten in geval van oorlog van wapens te kunnen voorzien, hadden de Gecommitteerde Raden een arsenaal in de Mariakapel in de Achterstraat in Hoorn. Het katholieke geloof was in die tijd verboden en katholieke kerken werden daarom gebruikt voor andere doeleinden. “We weten niet precies hoeveel geweren daar opgeslagen zijn geweest, maar het zullen er een paar honderd zijn geweest”, vertelt Willemsen. “Deze ‘snaphaan’ was daar een van.” De opgeslagen wapens waren al vrij snel nodig: in 1795 vielen zoals gezegd de Fransen binnen, in 1799 viel een Brits-Russische alliantie het schiereiland Noord-Holland binnen en in 1804 volgde de eerste van de Napoleontische oorlogen. Hoe de ‘snaphaan’ uiteindelijk in Twente terecht is gekomen, is onduidelijk. “Wellicht dat een Twentse soldaat in Noord-Holland heeft gevochten en het geweer mee terug naar huis heeft genomen”, denkt Willemsen hardop. “Maar na gebruik in de oorlog werden dit soort geweren ook vaak te koop aangeboden aan burgers. Het kan dus ook zo zijn dat iemand het gekocht heeft en heeft meegenomen. We zullen het nooit zeker weten.”

Terug op de geboortegrond
Wat wel zeker is, is dat de Oudheidkamer Twente de ‘snaphaan’ inmiddels in bruikleen heeft gegeven aan het Westfries Museum in Hoorn. Dit is gevestigd in het voormalig Statencollege, destijds de zetel van de Gecommitteerde Raden van Hoorn. Daarmee is het vuursteenmusket terug op de plek waar ooit het contract werd getekend waarmee de opdracht tot de productie werd gegeven.

Foto: Jaap van der Pijll