Image module

Maatwerk voor monumentale schatten

Toekomstplannen Westfries Museum

Het hele verhaal goed in beeld brengen, dat is wat projectleider Eltje de Klerk drijft. Niet alleen bouwkosten presenteren, maar ook bekijken hoe de gemeente de 2,1 miljoen rijkssubsidie voor het funderingsherstel van het Westfries Museum kan behouden. Vier vragen aan de projectleider van het projectteam Vernieuwing Westfries Museum die ruime ervaring heeft met vergelijkbare processen. Juist daarom begrijpt De Klerk dat de panden van het Westfries Museum vragen om maatwerk. “De unieke monumenten zijn onvervangbare schatten die het waard zijn behouden te worden voor Hoorn en de toekomstige generaties in de stad. Dat kan alleen als er op een behoedzame manier fundering wordt aangebracht én als de panden op een verantwoorde wijze met elkaar worden verbonden. Complex en kostbaar, maar noodzakelijk.”

 

 

  1. Welke opdracht hebben jullie via het college meegekregen van de Hoornse gemeenteraad?

“Maak een plan voor de noodzakelijke ingrepen die gedaan moeten worden in de kwetsbare monumentale panden van het Westfries Museum. Het gaat om het herstellen van de fundering, de verduurzaming, het toegankelijk maken voor mindervaliden en de uitbreiding met het pand Roode Steen 15, inclusief de tuinen. De opdracht van de gemeenteraad aan het college van B&W luidt expliciet: doe dat binnen de kaders ‘sober en doelmatig’. Naar aanleiding van deze opdracht heeft wethouder Bashara en de ambtelijke staf aan het projectteam kaders meegegeven om aan het werk te gaan. Het is een complexe opgave waar we met een team van professionals de afgelopen periode hard, maar met veel plezier, aan hebben gewerkt.”

 

  1. Welke deskundigheid heeft een projectteam nodig voor een project als dit?

“Je kijkt vanuit verschillende disciplines binnen het projectteam naar de opgave: de architectonische en bouwtechnische vraagstukken, zoals constructie- en installatietechniek. Maar ook de beveiliging, in- en uithuizen van de collectie, de museale invulling, inrichting, routing plus de exploitatie en het werven van externe middelen voor het project. Zo’n gezamenlijk proces is intensief omdat alle aspecten met elkaar samenhangen. Een voorbeeld: in het museum moet een geschikte ruimte zijn voor wisseltentoonstellingen. Dit is zowel voor de architect essentiële informatie, als voor degene die de toekomstige museumexploitatie doorrekent. Deze ruimte moet bijvoorbeeld voldoen aan de bruikleenvoorwaarden van andere musea. En dat is weer een voorwaarde voor het organiseren van publieksaantrekkende wisselexposities die op hun beurt een groot effect hebben op de exploitatie van het museum.”

 

 

  1. Hoe kan de 2,5 miljoen subsidie voor het Westfries Museum behouden blijven voor de gemeente?

“Het Rijk heeft een subsidie van 2,1 miljoen voor funderingsherstel toegezegd en de Provincie Noord-Holland ruim 3 ton voor de verduurzaming. Daarbij is er wel vanuit gegaan dat er uiterlijk dit jaar een positief besluit genomen wordt over het project. Als het project wordt uitgesteld vervalt deze subsidie helaas, maar de plicht om de fundering aan te pakken vervalt niet. De instandhouding van monumenten is immers een wettelijke plicht. Monumentale ‘rijkdom’ in je gemeente geeft dus ook verplichtingen. Geld in de fundering investeren zie je aan de buitenkant in eerste instantie niet terug, maar het betekent wel het behoud van waardevolle monumenten voor nu en toekomstige generaties.”

 

  1. Kijk je ook naar wat het museum zelf kan bijdragen?

“In de businesscase draagt het museum op drie manieren zelf bij aan de investeringen in het te vernieuwen museum: door de inzet van een reeds ontvangen legaat, door het aantrekken van fondsen en sponsoren, en door een deel van de investering te dekken via toekomstige publieksinkomsten. De uitbreiding van het museum levert na opening namelijk ook meer publieksinkomsten op: in plaats van de huidige 45.000 bezoekers per jaar verwachten we dat het museum straks 70.000 bezoekers per jaar zal ontvangen.”