Image module

Hoe vernieuw je een monument?

Boudewijn van Langen van TPAHG architecten

Boudewijn van Langen van TPAHG-architecten is bezig om een complexe architectonische puzzel op te lossen, samen met zijn collega’s en de leden van de projectgroep. Want het is een stevige uitdaging om de restauratie en vernieuwing te realiseren van een monumentaal complex; zeker omdat het museumgebouw oorspronkelijk bestaat uit zeven panden. Met heel wat eisen op de rol, want het vernieuwde Westfries Museum moet verduurzaamd worden, toegankelijk zijn voor mindervaliden, er dienen ruimtes hoog genoeg te zijn voor exposites en ga zo maar door. Alles hangt met alles samen, aldus Boudewijn, en dat maakt de puzzel niet alleen complex, maar ook enig in zijn soort. “Verschuif je het ene aspect, dan heeft dat direct consequenties op de andere ingrepen.”

Restauratie blijkt nog harder nodig dan verwacht

“We bedenken creatieve doelmatige bouwkundige oplossingen op drie niveaus. Het moet monumentaal kloppen, maar ook esthetisch, want het is tenslotte een museum: een publiekstoegankelijk gebouw. Bovendien moet je ook rekening houden met de bouwfysica.” De architect legt uit dat ieder gebouw zijn eigen bouwtechnische dynamiek heeft. Vooral het bijzondere monumentale complex van het Westfries Museum vraagt heel wat architecturale expertise. “De oorspronkelijke zeven panden waaruit het complex bestaat, zijn namelijk afzonderlijk van elkaar aan het verzakken wat de scheurvorming in het museum al eerder aantoonde. Maar nu alle ruimtes zijn gescand, is op deze 3-D scans te zien dat de niveauverschillen tussen die verschillende ruimtes nog veel groter zijn dan ingeschat werd. De restauratie is dus nog harder nodig dan gedacht.”

Collectie of onderdeel van het monument?

Wat ook aandacht vraagt zijn, de historische interieuraspecten die soms wel en soms niet onderdeel van het gebouw zijn. De architect is samen met museumdirecteur Ad Geerdink in het hele gebouwencomplex aan het onderzoeken wat onderdeel is van het gebouw, zoals historische schouwen bijvoorbeeld, en wat eigenlijk tot de collectie behoort. Dan valt dit namelijk onder de verantwoordelijkheid van het museum. En andere aspecten die echt onderdeel zijn van het gebouw zoals wandbetimmeringen, trappen et cetera vallen juist onder de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De keuze voor de kelders

Een andere uitdaging waar men niet onderuit komt bij de nieuwe indeling van het museum, is de hoogte van het gebouw, stelt Boudewijn. “Liever gezegd: de beperkte hoogte. Dat bepaalt voor een groot deel het monumentale sfeervolle karakter van het museum, maar beperkt enorm in de mogelijkheden. Klimaat- en geluidsinstallaties kun je niet kwijt in de plafonds, dat laat de ruimte niet toe. En een expositieruimte vraagt juist om hoogte om de kunst tentoon te stellen. Zo mooi als het gebouw is, het monumentale karakter kent dus zeker zijn beperkingen. Vandaar ook de keuze voor de expositieruimte in de kelders, die kunnen qua klimaat en hoogte aan alle benodigde eisen worden aangepast.”

De expertise van TPAHG

Van die monumentale schoonheid de kracht uitbuiten, en er tevens voor zorgen dat er straks ook bezoekers in een rolstoel naar het museum kunnen, maar ook dat het oude gebouw verduurzaamd wordt en daarbij nog realiseren dat het nieuwe museale concept straks volledig tot zijn recht komt, mét innovatieve digitale uitbreiding: het is een uitdaging en kolfje naar de hand van het Hoornse architectenbureau TPAHG. Zij worden immers in het hele land gevraagd vanwege hun monumentale expertise, zoals recentelijk door het Tylers Museum en momenteel het Amsterdams Museum. En nu zijn ze dus volop bezig met het leggen van de architectonische puzzel voor hun eigen Westfries Museum, waar TPAHG met liefde het Hoornse gebouw toekomstbestendig gaat maken.

Wil je weten hoe het museum er straks uitziet? Bekijk hieronder de plattegrond.