Image module

DIERBAAR

onze relatie met dieren door de eeuwen heen

Van heer en meester over het dier – tot compassie met onze medewezens. De tentoonstelling DIERBAAR toont onze veranderende relatie met dieren door de eeuwen heen. Daarbij spiegelen we als Westfries Museum opnieuw het heden aan het verleden. Hoe kijken we vandaag de dag tegen dieren aan? Welke positie hebben ze in ons leven en hoe was dat drie/vierhonderd jaar geleden? De kunst van toen en nu geeft daar verrassend goed inzicht in. In DIERBAAR schuurt het werk van eigentijdse kunstenaars Adriana van Zoest (schilderijen) en Miriam Knibbeler (sculpturen) met de historische collectie in het museum. Bioloog en schrijver Midas Dekkers geeft hierop zijn karakteristieke commentaar in een speciale audiotour. De tentoonstelling is te zien t/m 17 juli 2022.

Boek ticket(s) online
Image module

Miriam Knibbeler, Two headed beast

Image module

Adriana van Zoest, Beauty

confronterend en hartverwarmend

Waar mensen zijn, zijn dieren: dat is altijd zo geweest. Filosofe Eva Meijer stelt zelfs dat de scheiding tussen mensen en andere dieren eigenlijk niet bestaat – waarmee ze mensen en dieren op één lijn plaatst en suggereert dat we in wezen niet van elkaar verschillen. Deze gedachtegang is een illustratie van onze huidige verschuivende kijk op dieren. In de confronterende en hartverwarmende expositie DIERBAAR koppelen we deze actualiteit aan historische beelden, in een poging die veranderende relatie met dieren door de eeuwen heen tastbaar te maken. Een enorm vergroot portret van een kitten door Adriana van Zoest oogt bijna menselijk (is het dood of levend, vraag je je als toeschouwer af), terwijl op een 17e-eeuws schilderij – een keukenstuk van Jan Albertsz Rotius, geschilderd rond 1650– de dieren als dode dingen liggen opgestapeld. Ze zijn duidelijk bedoeld voor consumptie én om de vaardigheden van de schilder te etaleren. Overigens tonen beide kunstwerken de hand van de meester, toen en nu.

Image module

De schildpad uit Enkhuizen (foto Archeologie West-Friesland)

Image module

Jan Albertsz. Rotius, Keukenstuk

de oudste Nederlandse schildpad

Van heer en meester over het dier tot compassie met onze medewezens: in de kunst is de veranderende relatie tussen mens en dier door de eeuwen heen duidelijk zichtbaar vastgelegd. Zo bevat de collectie van het Westfries Museum vele kunstwerken met afbeeldingen van dieren. Dieren zijn een bron van inspiratie voor kunst en kunstnijverheid, waar ook ter wereld. Dat is van alle tijden, maar dat geldt zeker voor de 17e eeuw waarin de wereld werd ontdekt en er allerlei nieuwe diersoorten naar Nederland werden gehaald. In de tentoonstelling is bijvoorbeeld ook de oudste schildpad van Nederland te zien, deze werd in de 17e eeuw als huisdier gehouden en is recent gevonden is bij archeologische opgravingen in Enkhuizen.

Image module

Thomas Heeremans, Ganstrekken, 17e eeuw

Image module

Midas Dekkers tekent voor de audiotour

Image module

detail uit het schilderij van Thomas Heeremans, Ganstrekken, 17e eeuw

dieren verbeelden rijkdom, sterfelijkheid of erotiek

Ook in de Nederlandse schilderkunst van toen werden veel dieren afgebeeld, of iets verder van huis, op porselein uit China en Japan bijvoorbeeld. De afbeeldingen van dieren op de historische kunstuitingen in ons museum bevatten vaak een enorme symboliek: ze staan voor rijkdom, de sterfelijkheid van de mens of refereren aan erotiek. Zo staat het keukenstuk van Rotius bol van de symboliek en smeuïge verhalen. Want een eend is niet zómaar een eend. De nek en kop zijn hier een verborgen fallussymbool. En de keukenmeid? Die houdt de eend bevallig vast bij zijn nek en borst. De vogels verwijzen naar het Oudhollandse woord Vögelen, wat vrijen betekent. Andere historische afbeeldingen illustreren dat dieren er waren voor ons gemak: als lastdier of als pijnlijk vermaak – zoals een schilderij van Thomas Heeremans uit 1682 waarop op de achtergrond van het lieflijke dorpsgezicht een spelletje palingtrekken te zien is. Wat vooral duidelijk wordt in de door Midas Dekker ingesproken audiotour, is dat dieren in de 16e, 17e en 18e-eeuwse kunst nooit neergezet zijn als wezens met een karakter, laat staan als iets meer onze gelijken.

Image module

Miriam Knibbeler, Feet what do I need you for when I can fly

de ziel van het wezen vastleggen

In tegenstelling tot de dieren in het werk van Adriana van Zoest en Miriam Knibbeler: deze ademen verbondenheid met alles wat leeft. De dieren in hun kunst zijn persoonlijkheden, of ze nu leven of dood lijken te zijn. Beide kunstenaars lijken de ziel van onze mede-wezens te willen vastleggen. De beelden confronteren de kijker dan ook met de ervaringen van deze dieren, van deze individuen: ervaringen die we wellicht met hen gemeen hebben. Kijkend met de ogen van nu, vanuit het besef dat wij onderdeel zijn van de natuur, kijk je als bezoeker met andere blik naar de historische kunst in het museum waarin dieren zijn verbeeld. DIERBAAR laat de toeschouwer achter met de vraag: behoren wij mensen niet ook tot het dierenrijk?

Image module

Adriana van Zoest, Goudvis

actueel thema

Volgens beeldend kunstenaar Miriam Knibbeler is onze veranderende relatie met dieren een actueel thema dat speelt in onze maatschappij. “We zijn ons opnieuw met elkaar aan het verhouden. Mijn beelden zijn een afspiegeling van hoe dit aan het veranderen is. In mijn werk zoek ik naar het wezen dat we gemeen hebben: de kern die onder onze gedaanten ligt. Dat ongrijpbare ‘zijn’ dat ons als levende wezens met elkaar verbindt.” Ook fijnschilder Van Zoest wil met haar portretten dieren vereeuwigen. “Zo blijven zij onder ons, bewaren we hun karakter en beeltenis voor de volgende generaties. Dat is ook gebeurd op de historische schilderijen in het museum, hoewel het daarin vooral duidelijk wordt dat we in het verleden heel anders naar de dieren keken en een totaal andere relatie met hen hadden. Juist deze reflectie geeft de tentoonstelling zijn actualiteit.”

Adriana van Zoest

Adriana van Zoest schildert sinds haar zestiende. In de loop der jaren heeft ze zich de technieken van de klassieke fijnschilders eigen gemaakt. Haar schilderijen onderscheiden zich door een minutieuze detaillering. Behalve stillevens schildert Adriana al haar hele leven ook dieren. In 2008 is ze daarmee een nieuwe weg ingeslagen. Naast levende dieren, vaak katten, schildert ze nu ook dode dieren. Het onderwerp boeit haar omdat het een mengvorm is van stilleven en dierenportret. Haar aanpak van dit onderwerp, vaak sterk uitvergroot en met oog voor detail, leidt tot schilderijen die verwonderen. De dieren lijken enerzijds aaibaar en in diepe rust, anderzijds ogen ze door Adriana’s behandeling van het licht alsof ze niet van deze wereld zijn. Door de enorme schaalvergroting komt het geportretteerde dier op je af, het lijkt alsof het dier zich met ziel en zaligheid aan je opdringt. Waarbij je als toeschouwer jezelf de vraag kunt stellen: zijn wij mensen nou wel zo belangrijk als wij denken of zijn dieren meer een deel van ons? Zelf noemt Adriana deze aanpak ‘vervreemdend realisme’. Haar dierstillevens zijn realistisch, aandoenlijk en hebben de zeggingskracht van een middeleeuws Memento Mori.

Image module

7 kilo goud

Adriana over ‘7 kilo goud’

“Met DIERBAAR wil ik voor het dier opkomen. Zelf ervaar ik een enorme compassie met de dieren om ons heen. Deze compassie zie ik groeien in onze huidige maatschappij. We zien dieren steeds meer als huisdieren in plaats van beesten die we kunnen eten of gebruiken. Meer en meer gaan we dieren beschouwen als deel van de familie. Met mijn portretten geef ik hen letterlijk een gezicht en verbeeld ik hun eigen unieke identiteit. Zoals het portret van mijn eigen kat Hermes die te zien is in DIERBAAR. Hermes is aan komen lopen als verwilderde zwerver, gewond en totaal onhandelbaar. Hij werd van blazende en krabbende geweldenaar mijn grootste vriend. Het portret van hem noem ik dan ook ‘7 kilo goud’.”

Miriam Knibbeler

Miriam Knibbeler maakt sculpturen van was, brons of keramiek. De beelden zijn herkenbaar als mensen of dieren, maar het zijn vooral lichamen: kwetsbaar en toegankelijk. Het zijn aanwezigheden die hun plaats innemen in de ruimte. Het zijn nooit portretten van individuen. Het gaat haar er ook niet om een specifiek ras of soort uit te beelden. De subtiele vervormingen maakt ze naast herkenbaar ook vervreemdend. Of de beelden nu ruimtevullend zijn of passen in een menselijke handpalm, ze lijken zich in een schemerwereld te bevinden. Vaak zijn het verstilde, naar binnen gekeerde beelden. De transparantie van het materiaal maakt hen aanwezig en afwezig tegelijk. Kaal als de beelden zijn, wil de kunstenaar een kern laten zien, voorbij de fysieke oppervlakte: daar waar alle wezens hetzelfde zijn. Ze probeert het onbenoembare aan te raken en bevraagt zo het raadsel van leven en dood. Qua vormtaal staan Miriam Knibbelers beelden in de klassieke traditie, maar haar inhoudelijke zoektocht en het materiaalgebruik maakt ze tot hedendaagse kunstwerken. Oftewel: met haar wortels in de traditie, zoekt de kunstenaar op een eigentijdse manier naar betekenis.

Image module

Drifter

Miriam over ‘Drifter’

“Het grootste werk van de tentoonstelling DIERBAAR is Drifter, het liggende paard. In dit werk komt mijn zoektocht naar het wezenlijke dat ons verbindt bij elkaar. Het doet een beroep op je eigen fysieke beleving om zo dicht bij zo’n groot lijf te zijn. En tegelijkertijd lijkt het lichaam bij de achterbenen ook weer op te lossen en te verdwijnen. Drifter betekend ‘doler’ en dat is wat ze vooral lijkt te doen: dolen tussen droom en werkelijkheid. Haar lichaam in complete overgave. Overgave aan de zwaartekracht, aan het hebben van een lichaam en daarmee ook het accepteren van het loslaten ervan. Door het grote formaat was het maken van dit beeld voor mij ook een hele fysieke ervaring. Al doende kwam ik steeds dichterbij haar en kon ik steeds beter voelen hoe het zou zijn om daar zelf zo te liggen. “

 

meer over Midas Dekkers

In onze audiotour bij Dierbaar neemt Midas Dekkers je mee in de veelzijdige geschiedenis van onze omgang met dieren, met zijn kenmerkende prikkelende en humoristische overdenkingen. Midas Dekkers is in 1946 geboren in Haarlem, maar groeide op in Amsterdam, waar hij ook biologie studeerde. Als student begon hij te schrijven en al gauw publiceerde hij stukjes over dieren in onder andere NRC Handelsblad, de Volkskrant en de Vara-gids. Hij werkte bij het Zoölogisch Museum en als redacteur bij Het Spectrum, tot het schrijven definitief de boventoon ging voeren. De volstrekt eigen – verre van stichtelijke – insteek waarmee hij zijn thema’s te lijf gaat, vormt een organisch geheel met zijn abrupte, plastische stijl.

Een groot deel van Dekkers’ oeuvre bestaat uit bundels columns over mens en (vooral) dier. Deze persoonlijke schetsen leest hij sinds 1980 voor in het radioprogramma Vroege vogels. Op de beeldbuis is hij bekend van tv-programma’s als ‘Gefundenes fressen’ en ‘Midas’.  De Midas van de televisie en de Midas in boeken en bundels, verschillen maar weinig: als je Midas Dekkers leest, ‘hoor’ je de tekst met zijn stem en ontspannen dictie door je hoofd gaan. Midas praat zoals hij schrijft, en schrijft zoals hij praat.