Image module

het ontstaan van de collectie Colauto van Peperstraten

Collectie Colauto na 30 jaar terug in Hoorn met veel nieuwe aanwinsten

Rob Colauto is geboren in Hoorn en opgegroeid in Amsterdam. Daar leerde hij al jong zijn vrouw Yvonne van Peperstraten kennen. Niets wees er toen nog op dat zij ooit kunstverzamelaars zouden worden van kunst uit de Indonesische archipel, al kwam Rob zelf uit een kunstzinnige familie. Een van zijn broers was kunstschilder en zijn tweelingbroer beeldhouwer. Rob, van Italiaanse afkomst, nam na de dood van zijn vader diens bedrijf in granietverwerking over.

Door de economische recessie en de fysieke zwaarte van het terrazzowerk is Rob Colauto in de jaren zeventig met zijn bedrijf gestopt. Na de grote verbouwing van hun huis in Westfriesland ging hij voor het administratiekantoor werken waarvan zijn vrouw Yvonne eigenaar was. In die periode bezochten ze samen beurzen en kunstveilingen.

Via hun werk raakten ze bevriend met de Amsterdamse ondernemer met Indische roots, Hugo Schulze. Schulze benaderde Rob Colauto om namens hem op veilingen te bieden op Indonesische kunst, bestemd voor musea op Bali. ‘Yvonne en ik zijn toen in diverse musea en galeries in Jakarta en op Bali geweest om ons te oriënteren en uiteraard ook in het Tropenmuseum Amsterdam, het Volkenkundig Museum Leiden en Nusantara in Delft. We kwamen erachter dat er heel weinig literatuur was. Na de onafhankelijkheid van Indonesië werd er over kunst niet of nauwelijks gesproken en was er zeker geen sprake van een stimulerend klimaat.’

In 1988 overleed Hugo Schulze plotseling. Dat was enkele dagen voordat Rob en hij samen een grote collectie Indonesische stukken zouden bekijken die galerie Guus Maris in Amsterdam te koop aanbood. Rob en Yvonne waren door de vele veilingaankopen en diverse bezoeken aan Indonesië inmiddels zo gegrepen door het land en de kunstenaars die er hadden gewoond en gewerkt, dat zij besloten de aangeboden collectie Indonesische kunst zelf aan te kopen. ‘Wij vonden het eigenlijk zo leuk om te doen en de werken waren in die periode ook nog heel betaalbaar.’

Rob en Yvonne kwamen in contact met het ministerie van Buitenlandse Zaken dat graag iets met kunst wilde doen ter gelegenheid van het bezoek van een handelsdelegatie. ‘Toen ontstond ook het plan om een boek te gaan maken. We kwamen in contact met de toenmalige directeur van het Westfries Museum en zo kwam er in Hoorn een tentoonstelling en een prachtig boek. Na de tentoonstellingen in Gemeentemuseum Helmond, Sotheby’s Amsterdam en het Westfries Museum in Hoorn ging deze naar Jakarta en Surabaya.

‘Toen raakte alles in een stroomversnelling en kregen we goede contacten met directeuren van grote musea, zoals de Kunsthal en het Tropenmuseum. We werkten samen aan tentoonstellingen met inspirerende mensen als Wim Pijbes (oud-directeur Rijksmuseum) en Wim van Krimpen (oud-directeur Kunsthal, Fries Museum en Gemeentemuseum Den Haag). ’

Wie Rob en Yvonne vraagt welke stukken hun favorieten zijn, krijgt niet direct antwoord. ‘Alle stukken die we hebben verzameld hangen bij ons thuis, als ze niet zijn uitgeleend.’ Uit het gesprek wordt niettemin duidelijk dat de werken van Isaac Israëls, waarvan er zeven in Hoorn zijn te zien, bovenaan het lijstje van favorieten staan. Rob Colauto: ‘Hij schilderde zo puur impressionistisch! Toen Israëls in Indië kwam was hij verbijsterd over de maatschappij die hij er aantrof: een groot warm bad van mensen, natuur en mystiek. Eén kloppende massa van leven met gigantisch veel creativiteit en spirit. Israëls klaagde over het licht, maar maakte de meest fantastische dingen. Hij had een haat-liefdeverhouding met Indië en dat herken ik wel. Als wijzelf naar Indonesië reizen vind ik het de eerste 14 dagen heerlijk, maar daarna wordt de hectiek mij gauw te veel en verlang ik naar de rust van Friesland.’

Image module

Isaac Israels, Vrouw te paard.

Image module

Auke Sonnega, Meisjesportret.

Image module

Pieter Ouborg, Tuin Tjitoeroeg.