De twee schilderijen worden toegeschreven aan de portretschilder Jan Claesz uit Enkhuizen. Deze schilder heeft naam gemaakt met zijn vele familie- en kinderportretten die allemaal min of meer eenzelfde compositie hebben. Dit dubbelportret is  geschilderd in 1602 en voorzien van teksten met de leeftijd van de geportretteerden. 
Jan Claesz (Enkhuizen 1570-ca. 1618), olieverf op paneel, 1602.

Albert Fransz Sonck (1571- 1658) was een aanzienlijk burger van Hoorn. Hij bekleedde verschillende belangrijke functies: schepen, hoogschout, raad, burgemeester, lid van de Admiraliteit en de Gecommitteerde Raden. Hij werd daarnaast driemaal uitgezonden als ambassadeur naar Engeland, Denemarken en Zweden. Sonck is op het schilderij 30 jaar oud en is gekleed in een zwart lakens pak met de geplooide Spaanse kraag die toen mode was.

Hij wordt vergezeld door zijn zoontje Frans Albertsz Sonck die in zijn hand een zogenaamde ‘rinkelbel’ vasthoudt. Deze zilveren rammelaar met bellen en fluitje was aan één kant voorzien van een wolfstand als afweermiddel tegen boze geesten. Het jongetje draagt een rokje zoals tot in de 17de eeuw gebruikelijk was in de periode van onzindelijkheid. Hij heeft een soort valhoedje op dat het hoofdje bij vallen moet beschermen.
Het vrouwenportret stelt de eerste echtgenote van Sonck voor, Lysbeth Claesdr Waling (1574/75 – tot na 1606), in de leeftijd van 27 jaar. Lysbeth draagt een vleugelmutsje van fijn linnen en een zwart fluwelen ’vlieger’, een mantel met hoge schouderstukken. Het schip op de achtergrond kan symbool staan voor vele begrippen: een nieuw leven met nieuwe vergezichten bijvoorbeeld, de rechte koers van Sonck of het zeevaardersberoep van haar familie.
Haar dochtertje Elisabeth Albertsz. heeft in haar handje een tekst met haar leeftijd erop: vier jaar. Het anjertje in haar rechterhand is ook symbolisch bedoeld en verwijst waarschijnlijk naar de Wederopstanding. Het meisje is gekleed als een volwassene; in die tijd gebruikelijk voor kinderen.