Henry Havard en de romantiek van de Zuiderzee
Het Westfries museum in Hoorn brengt de ‘dode stadjes langs de Zuiderzee’ tot leven in de expositie La Hollande Pittoresque. Een verrassend expositiedrieluik, dat te zien is van 14 juli tot en met 11 november 2012.  Hiermee geeft het Westfries Museum een blik op de 19e eeuw, gezien door drie verschillende tijdsgenoten. Kleurrijke 19e eeuwse stadsgezichten van Marken tot Medemblik, Hoornse kerkinterieurs en markante monumenten met de grandeur van de Gouden Eeuw en een overzichtstentoonstelling van een veelzijdig man en kunstenaar, die met name het Hoornse stadsgezicht een warm hart toedroeg.  Een verrassende zomerexpositie, die u meeneemt naar de kleurrijke, sfeervolle en vooral pittoreske 19e eeuw.

Henry Havard
Uitgangspunt voor deze expositie is het werk “La hollande pittoresque” van de Franse reiziger en cultuurhistoricus Henry Havard (1831-1921). In de zomer van 1873 reist hij in gezelschap van de Nederlandse zeeschilder J.E. Van Heemskerck van Beest met een tjalk over de Zuiderzee. Hij doet verschillende steden aan op zijn reis: Marken, Volendam,  Monnickendam, Edam, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik. Deze steden zijn het onderwerp van de gelijknamige expositie in het Westfries Museum. Maar Havard bezocht ook Den Helder, Hindeloopen, Urk en zelfs Zwolle. Hij maakte een complete reis langs de Zuiderzee. In zijn boek beschrijft èn verbeeldt hij zijn observaties. Klederdracht in Hindeloopen en van Marken wordt nauwgezet weergegeven. Hij schrijft lovend over Marken, Hoorn en Monnickendam. Tegelijkertijd verbaast hij zich over de ontvolking van Enkhuizen en Medemblik, in de Gouden Eeuw bloeiende steden die in de 19e eeuw een ernstig verval tonen. De veelbetekenende opmerking “dode stadjes langs de Zuiderzee (Villes mortes du Zuiderzée)” is afkomstig van Havard en ontsproten aan zijn geest gedurende deze reis in 1873. Met de expositie “La Hollande Pittoresque” wil het Westfries Museum teruggrijpen op de 19e eeuwse kunststroming, waarbij de sfeervolle stadsgezichten het uitgangspunt zijn.  Stadsgezichten van kunstenaars uit de 19e eeuw, Cornelis Springer, Jules Benoit Lévy, Adrianus Eversen en Anthonie Pieter Schotel, verbeelden de steden zoals Havard ze gezien zou kunnen hebben.  Een levendige tentoonstelling over de ‘dode zuiderzeestadjes’.

Johannes Bosboom
Specifieke stadsgezichten van Hoorn zijn in De Kluis van het Westfries museum te vinden. Hier worden enkele  Hoornse werken en kerkinterieurs van Johannes Bosboom (1817-1891) geëxposeerd. Afkomstig uit Den Haag genoot Johannes Bosboom tekenonderwijs  aan de Haagsche Teeken-akademie. Hij kreeg les van zijn buurman, de 19e eeuwse, romantische kunstenaar Bartolomeus ten Hove. Ten Hove zou leermeester, inspiratiebron en voorbeeld voor hem blijven, ook na de afronding van zijn tekenopleiding. Bosboom schilderde al vroeg stadsgezichten van Den Haag, maar maakte ook studiereizen naar Nijmegen, Duitsland en België. De vroeg 19e eeuwse schilderkunst, waarbij de nadruk lag op sfeer, gevoel, lichtval en kleur, had een bijzondere aantrekkingskracht op Bosboom. Hij zou zich ontwikkelen tot de meester van kerkinterieurs,  met een onmiskenbaar oog voor die kenmerkende lichtval.
Al op jonge leeftijd kiest Bosboom de stad Hoorn als onderwerp voor enkele van zijn schilderijen.  Later zou hij Hoorn nog eens bezoeken, samen met zijn vrouw, de dichteres en auteur Anna Louisa Geertruide Bosboom-Toussaint. Dit tweede bezoek had een groot en divers aantal werken in olieverf en aquarel tot gevolg. Hoorn, met haar rijke 17e eeuwse geschiedenis, was een bron van inspiratie voor Bosboom.  Zijn vele stadsgezichten in aquarel, kerkinterieurs van de Noorder- en Oosterkerk in olieverf kenmerken zich door een meesterlijk oog voor licht en sfeer, de signatuur van Bosboom.

Atelier JC Kerkmeijer
Op zijn beurt was ook Johannes Bosboom ook een bron van inspiratie. Bijvoorbeeld voor Johan Christiaan Kerkmeijer (1875-1956), deels tijdgenoot en bewonderaar van Bosboom vanwege zijn bijzondere lichtpartijen in de kerkinterieurs. Maar vooral ook vanwege Bosboom’s drang om zichzelf te blijven verbeteren. Iets waar Kerkmeijer zijn werkzame leven lang mee bezig was. JC Kerkmeijer is een begrip in Hoorn en directe omgeving. Voormalig tekendocent aan de HBS, de stadstekenschool en de burgeravondschool in Hoorn, oprichter van tekengenootschap Debutade, betrokken bij de oprichting van de vereniging Oud Hoorn en conservator van het Westfries Museum. Maar bovenal kritisch en begaafd kunstenaar. Zijn oeuvre is zo veelzijdig als de man zelf. Olieverf, aquarel, houtskool, inkt, Kerkmeijer had zich bekwaamd in vele technieken. Dit resulteerde in een evenzo grote diversiteit aan onderwerpen: havengezichten, landschappen, stadsgezichten, monumenten, zeegezichten, museumobjecten. Al jaren werkt historicus Robert de Knegt aan een biografie over deze culturele duizendpoot. In juni 2012 wordt het boek gepresenteerd, in samenwerking met de stichting Kerkmeijer de Regt en publicatiestichting Bas Baltus. Reden genoeg voor het Westfries Museum om haar voormalig beschermheer en conservator postuum eer te bewijzen, door middel van een oeuvre-tentoonstelling.

Expositie
“La Hollande Pittoresque” biedt de bezoeker een bijzonder expositiedrieluik, met een pittoresque inborst, maar met verrassende verbindingen in tijd en techniek. Hoewel de drie exposities rakelings met elkaar zijn verbonden, ademt iedere expositie een eigen sfeer. Liefhebbers van Springer, Eversen en Benoit Lévy kunnen zich onderdompelen in nostalgie en sfeervolle stadsgezichten. Het lichtgebruik van Johannes Bosboom in zijn kerkinterieurs geven uiting van sobere grandeur, weggezet tegen de kleine, haast nietige personages. En JC Kerkmeijer, de man èn zijn oeuvre zullen u verrassen, in stijl, vakkundigheid en veelzijdigheid.  Havard’s “dode zuiderzeestadjes” komen met deze expositie  weer tot leven, als nooit tevoren